Speciale zorg voor kinderen met specifieke behoeften
A. De voorzieningen.
Soms heeft een leerling extra begeleiding nodig. Dat kan remedial teaching (hulp in de klas, individueel of in kleine groepjes) of Ambulante Begeleiding (bijv. ondersteuning door een speciale school voor basisonderwijs) zijn. Remedial teaching (RT) wordt gegeven door de eigen leerkracht, die daarbij ondersteund wordt door de Intern Begeleider. Ambulante Begeleiding wordt gegeven door iemand van een speciale school voor basisonderwijs. Die persoon komt op school en geeft adviezen aan de groepsleerkracht.Leerkrachten maken bij het geven van RT gebruik van:
- De instructietafel. In elke groep staat een instructietafel. Aan deze tafel werken groepjes leerlingen die extra steun en begeleiding nodig hebben. Ook is er ruimte voor de "plus" kinderen.
- Het kiesbord. Leerlingen leren hierdoor hun werk te plannen en te organiseren. Dit geeft de leerkracht ruimte en tijd om met zorgleerlingen aan het werk te gaan.
- Computers. Leerlingen kunnen met behulp van bij de methode passende programma’s hun vaardigheden oefenen.
B. Zorg voor leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften.
Regelmatig vindt er een groepsbespreking plaats. Tijdens die bespreking, bespreken de Intern Begeleider en de leerkracht(en) de ontwikkeling van de leerlingen door. Leerlingen die problemen hebben worden extra doorgesproken, er worden afspraken gemaakt over de manier waarop hulp gegeven kan worden en de ouders worden op de hoogte gesteld. De Intern Begeleider is op schoolniveau verantwoordelijk voor de zorgbreedte en organiseert de bijeenkomsten en besprekingen. Bij het geven van zorg aan leerlingen in de school vervult de groepsleerkracht, als eindverantwoordelijke voor de groep, een centrale rol en geeft in de klassensituatie de zorg en begeleiding vorm en inhoud. Bij het opstellen en uitvoeren van handelingsplannen wordt de leerkracht ondersteund door de Intern Begeleider. Bij specifieke problemen is er de mogelijkheid het speciaal basisonderwijs te raadplegen. We spreken dan van preventieve Ambulante Begeleiding. Ook kunnen er video-opnames gemaakt worden. Deze opnames worden gebruikt als hulpmiddel om de begeleiding vorm te geven en zijn alleen voor intern gebruik. De opnames worden na gebruik gewist. De Hoeksteen maakt deel uit van een PC-Samenwerkingsverband Weer Samen Naar School. Samenwerkingsverbanden hebben tot doel leerlingen zo optimaal mogelijk te begeleiden. Indien de zorg van de school haar grenzen heeft bereikt, wordt in nauw overleg met de ouders binnen dit samenwerkingsverband een school gezocht die aansluit bij de behoefte van de leerling.
C. Ondersteuning van de schoolbegeleidingsdienst (ABCG).
Als blijkt dat een kind extra begeleid of getest moet worden, kan de schoolbegeleidingsdienst ingeschakeld worden. De schoolbegeleidingsdienst in de stad Groningen heet: het Advies en Begeleidingscentrum Groningen (ABCG). De Intern Begeleider en de leerkracht vullen een aanmeldingsformulier in. De ouders of verzorgers tekenen dit formulier voor gezien. Vervolgens wordt het kind door een schoolbegeleider van het ABCG, meestal een psycholoog of een orthopedagoog, geobserveerd en/of getest. Er vinden oudergesprekken en adviesgesprekken plaats.
De schoolbegeleidingsdienst kan een belangrijke rol spelen bij het tot stand brengen van extra hulp aan een kind, in welke vorm dan ook. Door veelvuldig overleg met de Intern Begeleider worden lijnen voor de zorg binnen de school uitgezet.
Logopedisten van de schoolbegeleidingsdienst spreken jaarlijks de spraak-, taal- en stemproblemen van alle vijfjarigen door met de groepsleerkracht en de Intern Begeleider. Mochten uit deze bespreking acties voortvloeien in de vorm van extra onderzoek, advies tot verwijzing naar een zelfstandig logopedist of tips voor de praktijk, dan neemt de school contact op met de ouders of verzorgers.
Via de Intern Begeleiders kunnen leerkrachten en ouders een afspraak met de School Maatschappelijk Werker van het ABCG. Centraal staat de preventieve werking van vroegtijdige signalering en aanpak van problemen (gedrag, opvoeding, helpen bij het vinden van instanties voor hulp, pesten e.d.)
D. PCL (Permanente Commissie Leerlingenzorg).
Mocht een kind om welke reden dan ook beter af zijn op een “Speciale school voor Basisonderwijs” (SBO), dan wordt er door de ouder(s)/verzorger(s) en de school een onderwijskundig rapport ingeleverd bij de PCL. De ouder(s)/verzorger(s) vullen het aanmeldingsformulier van het onderwijskundig rapport in. De PCL beslist of het kind toegelaten kan worden op de SBO-school. Vervolgens zoeken de ouders, geholpen door de Intern Begeleider, naar een passende SBO-school.
Folders over de procedure zijn op school aanwezig.
E. ZAT (Zorg Advies Team)
Het ZATeam is verbonden aan de venster(school)wijk en bestaat uit 6 vertegenwoordigers van instellingen die ieder voor zich belangrijke schakels zijn in de zorg voor kinderen. Dit zijn: de wijkverpleegkundige (JGZ 0-4) voor kinderen van 0 tot 4 jaar, de sociaal verpleegkundige (JGZ GGD) voor kinderen van 4 tot 12 jaar, een vaste vertegenwoordiger van Bureau Jeugdzorg Groningen en van het MJD (Maatschappelijk werk en Juridische Dienstverlening); de leerplichtambtenaar voor de wijk en een jeugd- of buurtagent.
Het ZAT heeft als doel de Intern Begeleiders van de school te helpen met knelpunten en problematiek waar de school bij het volgen van de eigen zorgroute niet uitkomt. Deze ondersteuning kan bestaan uit informatie, advies, een bijdrage leveren aan het oplossen van knelpunten maar ook het in een zo vroeg mogelijk stadium afstemmen van hulp bij die gezinnen waar meerdere hulpverleners actief zijn (meervoudige problematiek).
F. Rugzakje, leerling-gebonden financiering (=lgf.)
Sommige kinderen met speciale problemen of een handicap kunnen op een reguliere basisschool terecht. Dit kan alleen als de school in staat is de gevraagde zorg te bieden.
Er zijn momenteel al kinderen met een bepaalde handicap op basisscholen. Het Rijk biedt een tegemoetkoming in de kosten om hieruit de extra benodigde zorg te betalen, het zogenaamde rugzakje oftewel de leerling-gebonden financiering (= lgf ).
Wanneer een kind met een bepaalde handicap wordt aangemeld, dan volgen wij een stappenplan om er achter te komen of het kind wel of niet bij ons op school toegelaten kan worden. Dit moet zorgvuldig gebeuren, zodat we goed weten of we het kind wel of niet goed kunnen begeleiden bij ons op school. Het stappenplan staat in het zorgprofiel beschreven. Dit stappenplan is op te vragen bij de Intern Begeleider en/of de directie.
De aanvraag voor een rugzakje moet worden gedaan door de ouders.
G. Meerbegaafde kinderen
Wanneer de lesstof niet uitdagend genoeg is en te weinig tegemoet komt aan de specifieke behoeften van kinderen, dan kan er een situatie ontstaan waarin deze kinderen zich niet prettig voelen op school. De voorkeur van de school gaat in zo’n geval uit naar een traject van verrijking voor kinderen met een mogelijke ontwikkelingsvoorsprong.
In overleg met de Intern Begeleider wordt een handelingsplan opgesteld. In dit plan wordt beschreven wat het kind extra krijgt aangeboden, welke materialen daarvoor gebruikt worden en op welke tijden daaraan gewerkt kan worden..
Op De Hoeksteen wordt door middel van het leerlingvolgsysteem (observaties en toetsen) welke kinderen onder de categorie “meerbegaafden” vallen. De leerkracht signaleert, analyseert en toetst.
Ouders worden op de hoogte gehouden.